Hoe ga je om met camera-angst?

Camera angst?

Camera-angst. Een vervelende spelbreker.

Je geeft een presentatie, je leidt het gesprek tijdens een symposium, of neemt deel aan een paneldiscussie. Je staat een krantenjournalist te woord, of de radio. Grote kans dat je terug bent te zien en te horen via de website van de organiserende club, de radiozender, of de krant. We zijn nu allemaal meer dan ooit op video te zien, of we het nu leuk vinden of niet.

Ook vergaderapplicaties als Teams, Zoom en Skype kunnen ervoor zorgen dat je met bibbers achter je laptop zit, misschien ben jij wel iemand die je eigen webcam het liefst op ‘uit’ zet. En merk je hierover ergernis of onbegrip bij je mededeelnemers aan de online sessie.

Camera-angst is misschien voor jou te sterk uitgedrukt. Maar, ook als je camera-verlegen, introvert of gewoon ongemakkelijk bent op video, kan dit een echte spelbreker zijn. In onze presentatietraining ‘Online Presenteren’ leer je hiermee omgaan. En er met enkele praktische oefeningen in meer of mindere mate mee af te rekenen.

Maar, er zijn nu al een paar simpele dingen die je kunt doen om je op je gemak – en zelfs zelfverzekerd – te voelen voor de camera en voor publiek.

TOP 10 cameratips

Geen camera angst meer!
  1. Krijg inzicht in waar je camera-angst vandaan komt *
  2. Weet hoe je de (web) camera in de ideale positie zet
  3. Zorg dat je goed te zien bent: licht(val) is bij video leidend
  4. Ga contrastrijk gekleed. Beter nog: ‘Dress For Success’
  5. Weet wat wél en wat níet overkomt in beeld en in audio
  6. Zorg goed voor jezelf: altijd een glas water bij de hand
  7. Praat iets langzamer dan normaal; oefen dit vooraf
  8. Durf expressief te zijn: oefen met (kleine) handgebaren
  9. Geen zorgen over kleine foutjes; die versterken je authenticiteit
  10. Oefen je bijdrage niet kapot; improvisatie geeft je senioriteit

*) Begrijp waar je camera-angst vandaan komt

Wees gerust: je bent niet de enige die zich ongemakkelijk voelt voor de camera, zeker als daar een journalist naast staat. Maar dat is goed nieuws. Het betekent dat duizenden andere mensen met succes hun angsten hebben overwonnen. En dat jij dat dus óók kunt. Zonder hier de psycholoog uit willen hangen, de eerste stap om over een ongemakkelijk gevoel voor de camera heen te komen, is te begrijpen waarom je er huiverig van wordt.

Je ongemakkelijk voelen bij een video opname, of zelfs camera-angst, is de natuurlijke kruising van een paar andere veel voorkomende angsten: onzekerheid, angst voor spreken in het openbaar en plankenkoorts.

Onzekerheid gaat vaak over de inhoud; je weet niet wat je precies kunt verwachten en hoe je jouw boodschap kort en bondig formuleert. Dit is met een goede presentatietraining redelijk eenvoudig te tackelen. Angst bij spreken in het openbaar gaat vaak over stemgebruik. Ook dit kun je testen en optimaliseren tijdens onze presentatietraining. Podiumangst is een lastige. Die gaat over actie en interactie. En is voor een groot deel afhankelijk van setting, publieksgrootte en je eigen gevoelens. Onze ervaring is dat met het terugdringen van onzekerheid en angst-voor-spreken je een goede basis legt voor het afrekenen met podiumangst.

Kies een goede verlichting

Verlichting is een andere gemakkelijke manier om het gevoel te krijgen dat je er op je best uitziet op video. De meest flatterende verlichting is gelijkmatig en naar voren gericht. Dat betekent dat je niet wilt dat je primaire lichtbron zich boven je bevindt. Check dit vooraf, vlak voor de vergadering of presentatie is te laat.

Videomeetings

Zorg dat je in de richting van een raam kijkt. Als een raam niet beschikbaar is, plaats dan een lamp of soortgelijke lichtbron iets boven of naast je scherm. Stel je webcam of videocamera in een flatterende hoek op. De meeste mensen zien er op de camera het beste uit als de camera zich op of iets boven hun ooglijn bevindt. Dus, als je een webcam gebruikt, plaats je laptop dan op een doos, stapel boeken of wat dan ook om de juiste hoek te krijgen.

Blijf gewoon video’s maken

Zorg dat de bovengenoemde basis in orde is. Denk er verder niet te veel over na. Gewoon blijven doen totdat het niet meer raar aanvoelt, …of in ieder geval minder raar. Een presentatietraining bij ons helpt om de basis op orde te krijgen en (de eerste?) meters te maken.

Screaming lord Sponselee
© Johan Sponselee

Crisiscommunicatie: durf je te laten verrassen!

Crisiscommunicatie of risicocommunicatie?

Crisiscommunicatie. Daar is in het algemeen gesproken veel voor en óver te zeggen. Maar, in de praktijk is er een groot verschil in de manier waarop communicatierisico’s ontstaan. Soms gaat er in de organisatie of bij de afnemer van je product of dienst iets mis: crisiscommunicatie. Of, kan worden ingeschat dat er iets mis zou kúnnen gaan: risicocommunicatie. Andere crises hebben niets met een specifieke organisatie te maken, zoals de Coronacrisis.

De kwestie is niet om het onvoorziene te voorzien, maar om voorbereid te zijn op het onbekende. Want er bestaan geen plannen en hulpmiddelen om alle mogelijke verrassingen te voorkomen. De uitdaging is om klaar te zijn om verrast te worden. En dus getraind te zijn om op elke (in dit geval onaangename) verrassing adequaat te reageren.

Crisis? What crisis?

Grofweg doorloopt elke crisis vanuit communicatieperspectief vier fases:

1. startfase
2. nieuwsfase
3. achtergrondfase
4. evaluatiefase

Meer over crisiscommunicatie in management perspectief: Patrick Lagadec – Risks, Crises, Ruptures: A Whole New Ball Game. http://www.patricklagadec.net/uk/

Aan de hand van deze vier fases leer je in onze mediatraining transparant en eenduidig het woord te voeren. Tijdens een crisis, of in geval van risico rond een project, product of dienst. Te beginnen met het centraal stellen van je doelgroep. Bijvoorbeeld: klanten, stakeholders, omwonenden – en niet te vergeten je eigen personeel en hun achterban.

ALLES OP Z’N TIJD

In de startfase (1) van de crisis kun je natuurlijk nog geen specifieke informatie geven. Maar, een kort statement over wat de pers in de komende periode (minuten? uren? dagen? weken?) mag verwachten kan altijd. Begin daar dus mee, zodat van meet af aan duidelijk is dat jij en je organisatie zijn voorbereid op calamiteiten.

Beschouw de media vooral als bondgenoot. Immers, de media zijn de informatiebron voor iedereen die op zoek is naar informatie over het risico of de crisis. Hoe lastig het ook is om de media zo te zien. Als jij niet bang bent om verrast te worden en weet in welke fase jij met welke boodschap naar buiten wilt komen, vervullen de media zelfs een belangrijke rol in jouw communicatie.

CRISIS? WHAT CRISIS?

Laten we eerlijk zijn. In dit land gaan de meeste dingen goed. Dat maakt het nadenken over ‘wat er realistisch gesproken zou kunnen gebeuren’ dan ook zo lastig. Deelnemers aan trainingen crisiscommunicatie denken vaak meteen aan grote branden, enorme lekkages van giftige stoffen, ongevallen met doden en gewonden, et cetera, bij het indienen van crisiscasussen. Deelnemers die vervolgens wat nerveus van huis gaan, “want bij binnenkomst in de trainingsruimte staat er vast meteen een camera op me gericht”. Dat kan – en dit is in sommige gevallen ook nodig, maar eerlijk gezegd: echt realistisch?

Wat vaker voorkomt zijn van die kleine rotfoutjes met daarover veel verbaal geweld op social media. Grote fouten met grote persoonlijke gevolgen – denk aan de toeslagenaffaire, komt al veel minder voor. Maar denk eens aan een recall? Of een radicale koerswijziging in placing en pricing van je assortiment? Imagoschade omdat een personeelslid een foute schaats rijdt? Dat komt veel vaker voor, met grote risico’s voor imago en omzet. Daarover vervolgens gespannen als een veer het woord voeren zou dan wel eens tegen je kunnen werken. Als je er niet op had gerekend dat je altijd wordt verrast blijkt één uit het hoofd geleerde kernboodschap zomaar géén overtuigend antwoord. Griezel met me mee met dit voorbeeld uit de ruwe opnamen van een NOS journaal verslaggever…

Met een goed voorbereide communicatielijn voorkom je niet de verrassing. Niet bij jezelf en niet bij je omgeving. Die verrassing is er bij elke crisis – en elke keer weer anders. Maar je voorkomt wel misinterpretaties in de media, journalistieke overvallen aan de poort of aan de telefoon en niet in het minst: de regie.

Tot slot, weliswaar uit de oude doos, een advies van een burgemeester die in het jaar 2000 te maken had met ‘een echte ramp’. De toenmalige burgemeester Mans van Enschede blikt terug en geeft het belangrijkste advies bij woordvoering tijdens een crisis.

Screaming lord Sponselee
© Johan Sponselee

Wat heeft een journalist nodig?

Een journalist bedrijft geen ‘rocket science’. Sterker nog: de meeste journalisten doen maar wat, is mijn ervaring. Maar, zij doen wel hun uiterste best om met een uniek onderwerp te komen en dat verhaal zo aansprekend mogelijk te vertellen of het event zo goed mogelijk te verslaan. Opdat jij de radio of tv aanzet; op zoek gaat naar de betreffende podcast, website, of blog; de krant, het week- of maandblad, of ander periodiek koopt. De meeste journalisten hebben net als ieder ander immers huur of hypotheek die elke maand moet worden betaald.

Altijd nieuws nodig

Er moeten dus stukkies of items komen. En wel bij voortduring. Met mooie verhalen en interessante opinies. Daarvoor hebben journalisten duidelijke en betrouwbare informatie nodig; het liefst zo kort en bondig mogelijk.

Als jij hen kunt helpen deze doelen te bereiken, dan bouw je al snel een wederzijds voordelige relatie met de media op. Hier zijn enkele tips die helpen:

Nieuws moet aan drie criteria voldoen:

  1. De informatie of gebeurtenis moet (tot dusver) onbekend zijn.
  2. Er moet een mate van verrassing zijn, of emotie.
  3. Verder is de grootte van de maatschappelijke- of sociale impact van invloed op de vraag of ‘een onderwerp meegaat’ of niet.
  4. Anno vandaag is er nog een vierde criterium waar steeds meer media op selecteren: herkenbaarheid. Als iets om de hoek gebeurt haalt dit sneller de Nederlandse krant dan wanneer de hele wijk Ipanema in Rio de Janiero door iets vergelijkbaars werd opgeschrikt.
Volle e-mail inbox

Geef je nieuws zo snel mogelijk weg.

Redacties worden geconfronteerd met een inbox die uitpuilt van e-mails met tips en persberichten. Ze moeten door deze elektronische informatiestroom bladeren om nieuwsgoud te vinden, dus elke correspondentie moet sprankelen om opgemerkt te worden. Te beginnen met de onderwerpregel (!).

Formuleer je punt duidelijk, beknopt en in toegankelijke taal. Begraaf het meest interessante punt niet onder vier alinea’s inleiding en onderbouwing, een drukbezette journalist leest nooit zo ver door.

Kies je doel en je wapen
Denk na over voor wie je een pitch uitbrengt en waarom. Schiet niet met hagel: stuur geen persbericht naar alle media die je kunt vinden in je adresboek. Voorkom dat je als spammer wordt gezien. Het moment dat je dan echt iets specifieks voor dat betreffende medium te melden hebt, ben je met je berichten al lang in het spamfilter beland. Begrijp de professionele interesses van een journalist, diens output en lezerspubliek. Zonder deze kennis riskeer je ieders tijd te verspillen.

Journalist scanner

Timing is alles
Als je het redactionele proces begrijpt, weet je wanneer journalisten op zoek zijn naar materiaal. Voor gespecialiseerde journalisten die schrijven voor tijdschriften, weekendbijlagen of vaste rubrieken in kranten, kan dit relatief voorspelbaar zijn. Dit geldt ook voor vergelijkbare radio- en televisieprogramma’s.

Ken de deadlines van de media die interessant voor jou zijn. Bladen en rtv media hebben voor verschillende programma’s en rubrieken verschillende deadlines. Weet dat bijvoorbeeld veel ‘human interest’ onderwerpen dagen (soms weken) van tevoren worden besproken op de redactie. En dat veel krantenpagina’s en actualiteitenrubrieken minimaal een dag eerder al ‘volgeboekt’ zijn…


Natuurlijk zal een goede journalist op elk moment en in elke situatie een echt ‘breaking’ verhaal van harte verwelkomen, maar voor de meesten van ons zullen deze verhalen zeldzaam zijn…


Maatwerk per persoon

Bij Mediatraining Pro oefen je als deelnemer aan een mediatraining of presentatietraining intensief. Ook met nieuwscriteria. En leer je waar een journalist ‘op aanslaat’ en waarop niet.

Screaming lord Sponselee
© Johan Sponselee

Waarom kan een maatwerk training alleen in kleine groepjes?

Maatwerk per trainingsvraag

Al bij het eerste contact merk je dat onze maatwerk aanpak gericht is op zowel de organisatiedoelen als de persoonlijke ontwikkelpunten per deelnemer. Verder kenmerken onze maatwerk trainingen zich door een grote mate van inhoudelijkheid en praktijkgerichtheid.

Dit heeft consequenties voor de voorbereiding en de uitvoering van onze mediatrainingen en presentatietrainingen.

Daarom bereiden we elke training in nauw overleg met de contactpersoon namens het bedrijf of de instelling voor.

Maatwerk tijdens de voorbereiding

In een intakegesprek bepalen we samen de te behandelen casuïstiek en de te oefenen soorten mediaconfrontaties. Verder bespreken we ervaring, sterke en zwakke kanten en de beoogde inzet van de deelnemers. Iedereen krijgt vervolgens een persoonlijk vragenformulier over leerdoelen en te oefenen onderwerpen.

Overigens doet de trainer ook eigen research, net als in het echt. En verrast de trainer met name in de mediatraining de deelnemers ook met onverwachte onderwerpen en vragen. Opnieuw: net als in het echt.

Maatwerk mediatraining op kantoor

Maatwerk per trainingsdag

Een andere consequentie van onze maatwerkaanpak is dat wij in kleine groepjes trainen. Bij ons gaat het om veel oefenen en terugkijken: ervaringsgericht leren. Deze nauwkeurige aanpak vergt trainingstijd.

Om elke deelnemer de aandacht en de tijd te gunnen die hij of zij nodig heeft trainen wij in groepjes van maximaal vier personen. Zo is iedere deelnemer na analyse en feedback snel weer aan de beurt om opnieuw te oefenen. En legt hij of zij in één mediatraining van een dag of een dagdeel een solide basis voor media optredens of presentaties.

Presentatie maatwerk training online en fysiek

Maatwerk per persoon

Bij Mediatraining Pro oefen je als deelnemer aan een mediatraining of presentatietraining intensief. In een individuele training oefen je natuurlijk het meest. Maar ook in een groepje met collega’s ben je telkens weer snel aan de beurt. Ook dan is het maatwerk.

Wij garanderen dat je in één dag training zoveel meters maakt dat je niet alleen weet ‘hoe de hazen lopen‘, maar ook wat er van jou wordt verwacht en hoe je aan die verwachting voldoet.

Screaming lord Sponselee
© Johan Sponselee

PowerPoint tips & tricks

1. Weet exact wat je wil gaan vertellen.

Deze eerste PowerPoint tip is misschien we de belangrijkste. Je presentatie gaat niet over je slides. Het gaat om de boodschap die je wilt overbrengen. Voordat je statistieken, feiten en cijfers invult, moet je nadenken over hoe je je toehoorders meeneemt in je verhaal.

2. PowerPoint vertelt het verhaal niet.

Voor alles geldt: jij bent de presentatie. PowerPoint is slechts een hulpmiddel om wat jij vertelt te visualiseren. Meer niet.

Powerpoint presentatietraining op kantoor
Zo ziet een specifieke PowerPoint presentatietraining in een gemiddelde vergaderkamer eruit.
Je hebt maar 1 luisteraar (tegelijk)
Je leert je verhaal te vertellen aan 1 persoon tegelijk. Al sta je straks voor 100 man te spreken.
Je eigen powerpoint mee.
Tijdens de presentatietraining werk je intensief aan je eigen PowerPoint presentatie.

3. Maak een headline.

Begin met het bepalen van je paraplu-boodschap: wat wil jij dat je publiek onthoudt en wat is het beeld dat je daarbij wil geven. Zet je eerste alinea letterlijk op papier. Bepaal dan met welk beeld je publiek rechtop gaat zitten. Pas dan is het tijd voor je eerste PowerPoint slide: een aansprekend beeld. Het liefst zonder tekst, of anders met de ‘headline’ die je net hebt opgeschreven.

4. Markeer wat het belangrijkste is.

Laat PowerPoint vervolgens even met rust en concentreer je op de inhoud. Nu sta je voor de lastige opdracht om te voorkomen dat je in je valkuil trapt: compleet willen zijn. Uit elk publieksonderzoek blijkt dat sprekers die ‘alles’ willen vertellen, uiteindelijk niets vertellen dat echt beklijft. Voltaire zei het al (vrij vertaald): “De beste manier om saai te zijn is niets weg te laten”. Overigens heb ik dit nogal mild voor je vertaald, want letterlijk zei hij: “Le secret d’ennuyer est celui de tout dire.”

Een presentatie behandelt alleen de meest cruciale stukken. Waar je ook aan hebt gewerkt dat tot dit heeft geleid – een paper, een werkproject, een nieuw productontwerp – hoeft niet in zijn geheel te worden gedeeld. Kies de belangrijkste punten en plaats de rest in een “Appendix”: een hand-out om aan het einde naar te verwijzen tijdens de Q&A-sessie.

5. Ken je publiek.

De manier waarop je tegen een kamer vol medische professionals praat, moet anders zijn dan de manier waarop je een kamer vol jonge ondernemers aanspreekt. Te beginnen bij de headline en je taalgebruik. Maar ook de voorbeelden die je geeft om punten te illustreren, moeten specifiek worden afgestemd op je doelgroep.

6. Oefen! (ja, nu al).

Het is nooit te vroeg om aan het ritme van je presentatie te wennen en kennis te nemen van punten die je wil benadrukken. Terwijl je het hardop zegt, begin je een ‘gevoel’ voor de inhoud en tone-of-voice te ontwikkelen en merk je snel wat ‘bekt’ en wat niet.

7. Herschrijf nadat je hebt geoefend.

Terwijl je de presentatie oefent, ga je ongetwijfeld struikelen over onderdelen die niet helemaal natuurlijk verlopen. Denk niet dat dit in de praktijk wel goed komt, dat komt het niet. Geen paniek, als het niet makkelijk te vertellen is, is het ook niet makkelijk te beluisteren. Herschrijven die stukken!

8. Hou je slides eenvoudig.

Minder is meer (effectief). Dit geldt voor het aantal slides, de hoeveelheid tekst per slide en voor de lay-out van de slides. Vermijd indien mogelijk eindeloze bullet points. Minimaliseer ze anders telkens tot slechts een paar eenvoudige woorden. Het publiek moet luisteren, niet lezen.

9. Durf centraal te staan.

Mensen zijn sociale wezens en laten zich het liefst een verhaal vertellen door een ander mens. Mensen luisteren niet naar boodschappen die (op welke manier dan ook) worden geprojecteerd. We willen het van jou zien en horen. Geen valse bescheidenheid, jij bent zodra je het woord neemt de belangrijkste persoon in de zaal.

10. Bereid de techniek voor.

Kom wat eerder en check de zaal of vergaderruimte. Is stroom voor je laptop bij de hand? Doet de beamer het? Heb je beeld (en eventueel geluid) i.c.m. jouw laptop? Voorkom dat je staat te hannesen met snoertjes als het zover is en alle ogen op jou gericht zijn. Exporteer je PowerPoint als .ppsx. Plaats dit bestand op het ‘bureaublad’ van je laptop. Als je erop klikt begint je presentatie direct, zonder dat het publiek een inkijkje krijgt in het ontwerpdeel van Powerpoint. Of erger nog: de verkenner van jouw laptop, met al die andere mappen en bestanden…

11. Bereid ook de locatie en jouw plek voor.

Voorkom dat jij als spreker in de schaduw staat. Zorg dat er een spotje o.i.d. op je gericht is. Ieder mens is namelijk geneigd de blik te richten naar het licht. En de PowerPoint projectie geeft meestal een hele hoop licht. Voorkom dus dat die ‘lichtbak’ het van je wint en het publiek het contact met jou verliest. Jouw presentatie beklijft alleen maar als jij ‘present’ bent.

Zo beter van niet:

PowerPoint tips & tricks
Wie is er hier het belangrijkst?
PowerPoint tips & tricks
Een spotje is minder afleidend… en minder komisch.
Screaming lord Sponselee
© Johan Sponselee

Waarom is een kernboodschap belangrijk?

Vier elementen

Een kernboodschap is de conclusie van jouw observatie, mening, bericht, antwoord of presentatie. Een goede kernboodschap raakt niet alleen de essentie, maar is ook kort en bondig.

  • Kijk (ik zie, ik constateer): probleem, aanleiding
  • Want (ik weet): oorzaak, samenhang, analyse
  • Dus (conclusie): oplossing, voorstel, actie

Vanuit het perspectief van de doelgroep

Wie wil je bereiken met je kernboodschap? Wat moeten die weten? Wat weten zij al en vooral: kunnen zij het punt dat jij wilt maken voor zich zien? Met henzelf erin? Dan is het interessant om eerst eens te kijken naar je doelgroep. Kun je een primaire doelgroep benoemen? En ter linker- en rechterzijde wellicht twee secundaire doelgroepen? Kijk na de beantwoording nog eens naar de drie elementen hierboven. Wat is vanuit dit uitgangspunt dan essentieel?

Vele sprekers met ieder hun eigen kernboodschap
Zo veel mensen, zo veel door voorbeelden gekleurde kernboodschappen…

Inderdaad, goed gezien. Een voorbeeld..! Dat is het vierde en tevens centrale element. Aan de andere kant dus ook het meest gevoelige deel. Hierover lees je meer in deze blog.

Met één kernboodschap ben je niet klaar

Het hebben van een centrale kernboodschap is belangrijk om goed begrepen te worden. Maar, dan ben je er nog niet. Met één kernboodschap kun je misschien antwoord geven op de vraag: “wat is uw punt?“, maar dan ben je bij de eerste kritische vraag toch aan de beurt.

Bij effectieve communicatie komt meer kijken: bijvoorbeeld het Message House. Daarmee oefen je als deelnemer aan een mediatraining of presentatietraining bij ons dan ook intensief.

Screaming lord Sponselee
© Johan Sponselee

Waarom is een voorbeeld belangrijk?

Een kernboodschap zonder voorbeeld is niet af. Want mensen zijn geprogrammeerd om te reageren op beelden, niet op boodschappen.  De meeste mensen denken niet alleen in beelden, maar verwerken ook in beelden. Te beginnen bij het beeld dat jij als spreker laat zien en horen in je presentatie. Maak daar gebruik van. Laat het beeld je verhaal vertellen en zo in één klap ook betekenis geven aan het punt dat je wil maken.

Een voorbeeld:

Bekentenis

Met zoveel liefde heb ik van je gehouden
dat, nu ik bijna je vergeten ben,
het zeggen van je naam mij is gebleven
een liefkozing, waar ik dagen op kan leven.

En dit is de liefste herinnering:
hoe op het plein, een honinglied van linden,
vanuit de schaduw over witte straten
je aan kwam lopen. Speelse zomerwinden
sloegen de zijde van je lichte gele kleed
tegen je ranke lichaam, en je ogen
waren van heimwee raadselig verwijd.
Hoevele zomers zijn sindsdien vervlogen.

Met zoveel liefde toch heb ik van je gehouden
dat, nu ik bijna je vergeten ben,
het een liefkozing der lippen is gebleven
je naam te zeggen als ik eenzaam ben.

© 1946 – Hans Warren

IK ZIE HET VOOR ME

Deze verzuchting van de Zeeuwse dichter Hans Warren behoort tot mijn persoonlijke favorieten. Vooral omdat ik er een beeld bij heb. In het algemeen gesproken onthouden mensen 80% van wat ze zien, 20% van wat ze lezen en 10% van wat ze horen. Daarom combineerde hij dit gegeven en maakte hij van dit gedicht dus ineens een gevoel.

Wat zou er gebeuren als je zien, horen en ‘lezen’ combineert in je presentatie of antwoord op een journalistieke vraag? Dan ben je ineens ‘quotable‘! Want journalisten en hun kijkers, luisteraars en lezers, zijn gek op rake beelden. Daarom is de meest gestelde journalistieke vraag, na “wat is er aan de hand?”, dan ook: “wat betekent dit in de praktijk?”, wat neerkomt op: voorbeeld..?

Speelse zomerwinden interpretatie

VALKUILEN

Een veel voorkomende valkuil bij presentaties is dat beeld er met de haren wordt bijgesleept. En dat de spreker vervolgens vertelt wat er te zien is. Denk aan een spreker tijdens een congres voor veehouders. Die een fraaie Powerpointslide laat zien met daarop een koe. En vervolgens zegt: “dit is een koe”. […] In onze presentatietraining leer je het beeld dat je gebruikt meerwaarde te geven en zo jouw boodschap te versterken. Vertel dus niet wat je publiek ziet, maar waarom. In het voorbeeld van bovenstaande spreker: “Dit is Bertha 76, onze prijswinnende melkkoe”.

Een andere valkuil is interpretatie vanuit jouw eigen ‘denkraam’, om maar met Marten Toonder te spreken. Het bovenstaande plaatje is mijn interpretatie van het beeld dat Hans Warren in zijn gedicht schetst. Een mannelijk hetero beeld van mijn high school crush Carolina die op een mooie zomerdag komt aangelopen in een gouden veld en niet in de witte straten van het gedicht. Jammer als jouw beeld een andere is, bijvoorbeeld dat van een mooie man op de boulevard aan de kust. De kans is groot dat bovenstaande foto voor jou dan eerder een stoorzender is dan een rake visualisatie…

VISUELE VERWERKING GAAT SNELLER

Uit onderzoek blijkt dat ruim 90% van de informatie die onze hersenen oppikken visueel is. Maar, dit geldt niet alleen voor de omgeving, maar ook voor de informatie die we zien of te horen krijgen. Verder blijkt dat we visuele content 60.000 keer sneller verwerken dan theoretische en onderbouwende content. Kortom, wees dus niet volledig, maar geef betekenis aan je kernboodschap met een op je doelgroep afgestemd voorbeeld. Kom dit oefenen in onze mediatraining of presentatietraining.

Screaming lord Sponselee
© Johan Sponselee